Test je kennis van de Olympische Wintersporten
Kies de goede antwoorden
1. Wat is
biathlon voor een sport?
Een combinatie van?
Maak je keuze
1. Langlaufen en Freestyle-ski
2. Bobsleeën en Alpineskiën
3. Langlaufen en Schieten
4. Kunstrijden en Rodelen
5. Shorttrack en Curling
2. Wat is het gewicht van een
curlingsteen?
Maak je keuze
1. 5 kg
2. 10 kg
3. 15 kg
4. 20 kg
5. 25 kg
3. Wat is een
mogul
?
Maak je keuze
1.een kale piste
2.een gladde piste
3.een groene piste
4.een besneeuwde piste
5.een pukkelpiste
4. Hoe lang duurt een
vrije kür
voor dames?
Maak je keuze
1.3 minuten
2.4 minuten
3.5 minuten
4.2 minuten
5. Waar dienen
ski's in V-vorm
voor?
Maak je keuze
1.Voor het afdalen van steile hellingen.
2.Zijwaarts bewegen
3.Voor het bestijgen van steile hellingen.
4. Om stevig te staan
6. Uit welke sporten bestaat de
Noordse combinatie
?
Maak je keuze
1.Schansspringen en langlaufen
2.Freestyle skiën en langlaufen
3.Alpineskiën en rodelen
4.Skeleton en schansspringen
7. Hoe hard kan
rodelen
gaan?
Maak je keuze
1.50 km per uur
2. 75 km per uur
3.125 km per uur
4.100 km per uur
8. Hoeveel juryleden zijn er bij
skispringen
?
Maak je keuze
1.2 juryleden
2.3 juryleden
3.4 juryleden
4. 5 juryleden
9. Wanneer werd
skeleton
als sport geíntroduceerd?
Maak je keuze
1.In 1900
2.In 1924
3.In 1884
4.In 1976
10. Hoe lang duurt een
ijshockeywedstrijd
?
Maak je keuze
1.45 minuten
2.60 minuten
3.75 minuten
4. 30 minuten
11. Hoe lang is de mannenploegenachtervolging bij
schaatsen
?
Maak je keuze
1.5000 meter
2.3000 meter
3.10000 meter
4. 3200 meter
12. Hoeveel atleten gaan er bij
snowboard
door naar de finale?
Maak je keuze
1.10 atleten
2.16 atleten
3.32 atleten
4. 24 atleten
13. Hoe wordt er bij
bobsleeën
geremd?
Maak je keuze
1.Met de voeten
2.Met een remparachute
3.Met een terugtraprem
4. Met een soort hefboom
14. Wanneer werd
shorttrack
een Olympische sport?
Maak je keuze
1.1976
2.1984
3.1996
4.1992
15. Uit hoeveel onderdelen bestaat het klassieke
alpineskiën
?
Maak je keuze
1.3 onderdelen en 2 combinaties
2.4 onderdelen en 1 combinatie
3.4 onderdelen en 2 combinaties
4.3 onderdelen en 1 combinatie
Wil je hiernaast je naam invullen en eventueel je groep als je deze vragen op school bantwoordt? Vraag aan je leerkracht of ouders of je dit formulier mag uitprinten!